Les 5. Niger laabu ganjo ra almaney.


Inhoud
  1. Intro
  2. Woordenlijsten
  3. Begroetingen
  4. Grammatica
  5. Oefeningen

 




5.A. Intro

Dit is een kort verhaal over een tocht van twee vrienden, die de wildernis in gaan om dieren te gaan kijken. Ook maken ze een boottochtje op de rivier.
Probeer het verhaal te lezen en de hoofdlijn te begrijpen. Deels zijn woorden en grammatica gebruikt, die pas in volgende lessen verklaard zullen worden.
De vertaling van het verhaal kunt u daarna lezen door met de cursor naar de titel van het verhaal te gaan en de linker muisknop in te drukken. De namen van de dieren zijn onderstreept. Meer informatie over de dieren vindt u door de cursor op de naam van een dier te zetten en op de linker muisknop te drukken.

Niger laabu ganjo ra almanizey.

Ay nda ay cora koy sajo ra. Iri koy ka almaney ceci. Iri dira fondo kankamante boŋ. Baru su musu beri go fonda boŋ. A mana di iri zama a me kwarei garey. Iri sobay. Iri di tobey nda dan fana gu. Kan iri go no ga salan musu bero boŋ, tuntungari bangey. Kan a di iri, a zuru. Iri weta ka kamba sajo ra, amma iri mana di almaney koyne.
Ay cora ne: Iri ma koy isa. Ay bere gonda hi. A hi ga isa jerga. Iri mana di ce beri da haw bi da ganjiyo. Hambara iri ga te boŋkaney nodin.

Hawrey banda iri furo hiyo ra, iri kurba isa bindi mo. Iri te boŋkaney. D'in ga ba ga di baŋayan kala ni ma koy isa. Bogobogoyan go baŋey boŋ, i go no ga gangamizeyŋwa. Alman kayney kan ga baŋa kuuru boŋ. Bene ga hanan, wayna ga koroŋ mo. Hire, jaw da haray da farkay g'iri gaa. Iri ye ka kaa fu. Iri ŋwa gumo-gumo, iri hari haŋ gumo-gumo mo. Hawrey banda iri koy dari ra. Farga ga boro jirbandi.

Bogobogoyan ga bagney bon, i go no ga gangamizey nwa


Klik hier om een uitgebreide lijst van namen van dieren te bekijken die zelden tot zeer geregeld in Niger worden waargenomen.

 


5.B. Woordenlijst
  1. Werkwoorden
  2. Zelfstandige naamwoorden
  3. Bijvoeglijke naamwoorden, etc.

Open de Uitspraakgids in een nieuw venster

Leer de onderstaande woorden uit het hoofd.

Extra
Ga met muis naar een onderstreept woord en u ziet een zin waarin het woord gebruikt wordt.
Klik nu op de linker muisknop en u ziet een foto in een pop-up.
Als u met de muis op de foto gaat staan, ziet u de vertaling van de zin.



5.B.1 Werkwoorden
Djerma
Nederlands Uitspraak
ceci zoeken naar, opzoeken, speuren naar ce / ci
haŋ drinken ha ŋ
dira wandelen, lopen; weggaan, vertrekken, zich op weg begeven di / ra
furo binnen gaan, binnentreden fu / ro
konda # (~) meenemen (letterlijk: gaan met) kon / da
(~)
uitspraak: kwan / da)
ba # prettig/fijn vinden, mogen, houden van; wensen, willen b a
gonda # hebben (letterlijk: zijn met) gon / da
fatta naar buiten gaan, eruit gaan; verlaten fàr ta
fatta (laabo) ra (het land) verlaten fàr ta la / bo ra
fun komen uit/van f un

    Opmerking: # geeft werkwoorden aan waarbij het lijdend voorwerp na het werkwoord komt, zie Les 2.C.1 & 3.D.5

      De werkwoorden "konda" en "gonda" zijn feitelijk samenvoegingen van een werkwoord van beweging (koy) of een werkwoord van 'zijn' (go) met het voorzetsel "nda", zij hebben het voorwerp erna, net als andere werkwoorden die een bijwoordelijk bepaling hebben.
      Het werkwoord "ba" krijgt een "r" - vanwege de klank- als "a" of "ey" het lijdend voorwerp is, net als het werkwoord "maa" (zie Les 3.B.1).
      Een voorbeeld: "Ay ga ba r' a". [Ik vind het fijn]

Terug



5.B.2 Zelfstandige naamwoorden
Djerma
Nederlands Uitspraak
alboro, albora man al / bo / ro
fondo, fonda straat, weg, pad fon / do
fu fondo een weg naar huis, eigen weg fu fon / do
hay, hayo ding hay , hay / yo
hari, haro ding hà ri
hay fo iets hay / fo
goroŋo, goroŋa kip go / roŋo
laabu, laabo (geboorte)land, gebied; (bouw)land; bodem / bu
jinde, jindo stem; schreeuw jin / de
Terug


5.B.3 Bijvoeglijke naamwoorden, etc.
Djerma
Nederlands Uitspraak
futu, futu, futo (*) slecht, gemeen (kwaadaardig, vals), gevaarlijk fu tu /
ku, kuku, kuko (*) lang, hoog ku / ku
tafey, tafey, tafo (*) breed, wijd ta fay
hay, hayyante, hayyanta (*) open, onbedekt; wijd, breed hay an ta
kankam, kankamante, kankamanta (*) smal, ineengedrukt kan / kam , kan / kam an te
kayna, kayniyo, kayna (*) klein, gering kay / na, kay / ni yo
dunguriyo, dunguriyo, dunguriya (*) kort dun gu ri / yo
sohon (bijwoord) nu, meteen so / hòn
mo (voegwoord) ook (zie grammatica) mo
Terug

    (*) Opmerking:
    De drie vormen van het bijvoeglijk naamwoord zijn telkens gegeven: predicatieve vorm, de attributieve onbepaald enkelvoud vorm en als attributieve bepaald enkelvoud vorm, zie 5.D.2.

 




5.C. Begroetingen (foyan)

In de voorafgaande lessen leerde u één persoon en een groep te groeten, iemand begroeten die aan het werk is en afscheid te nemen. Ook leerde u iemand bedanken en uw excuses te maken.
In deze les leren we een aantal begroetingen die afhankelijk zijn van het tijdstip van de dag. De hier behandelde begroetingen zijn in feite een herhaling van wat we al in Les 4 in de introductie geleerd hebben.

  1. Tot 10:00 's ochtends:

    Groet:
    Ni weete baani?

    Antwoord:
    Baani samay; ni weete ka baan dey?

    Reactie:
    Baani samay.

  2. van 18:00 tot het donker:

    Groet: Ara
    ŋ wiciri baani?

    Antwoord:
    Baani samay; wiciri ka baan, dey?

    Reactie:
    Baani samay.

  3. Na het donker tot diep in de nacht:

    Groet:
    Almare baani? of
    Ara
    ŋ 'mare baani? of
    Ni mare baani?

    Reactie:
    Baani samay.
 


5.D. Grammatica

Onderwerpen in deze les:

  1. Mannelijk en vrouwelijk
  2. Het bijvoeglijk naamwoord en het telwoord
  3. De onvoltooide vorm van het werkwoord (tegenwoordige tijd)
  4. Samengestelde zelfstandige naamwoorden die afkomst laten zien
  5. Het gebruik van het woord "mo"


5.D.1. Mannelijk en vrouwelijk

Formeel kent het Djerma geen geslachten. Desalniettemin zijn er, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord, manieren om aan te geven of het zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is. Enkele voorbeelden zijn:

"aru" of "alboro" om aan te geven dat het woord mannelijk is.
"way" of "wayboro" wordt gebruikt om het vrouwelijk aan te geven.

Bij bepaalde dieren worden specifieke woorden gebruikt voor of het mannelijk of het vrouwelijk.

Voorbeelden
Djerma
Nederlands Mannelijk Vrouwelijk
boro mens alboro wayboro
. . . wandiyo (jonge vrouw)
ize kind ize aru (jongen) ize way (meisje)
feji schaap feji garu (ram) feji way / feji nya (ooi)
bari paard bari gu (hengst) bari tafa (merrie)
musu kat musu aru (kat) musuway / musu nya (poes)
hansi hond hansi daŋ (reu) hansi way / hansi nya (teef)
goroŋo kip goroŋgari (haan) goroŋo way / goroŋo nya (hen)
yo dromedaris yo mali (stier) yo way / yo nya (koe)
haw rund (koe) yeji (stier)[1] haw way (koe)
. kalf dasu (stierkalf, jonge os) zan (vaars)

[1] een os is dasi (bepaald: daso)

Opmerking:

Indien het vrouwelijk dier een jong geworpen heeft, gebruikt dan "nya", anders gebruik "way".
De toevoeging "zan" kan bij elk dier gebruikt worden dat geslachtsrijp is, maar nog nog niet geworpen heeft of een ei heeft gelegd.



5.D.2. Het bijvoeglijk naamwoord en het telwoord

Het bijvoeglijk naamwoord

Het attributief gebruikt bijvoeglijk naamwoord (groot, gemeen) wordt in het Nederlands voor het zelfstandig naamwoord geplaatst. In het Djerma wordt het altijd achter het zelfstandig naamwoord gezet waarover het iets zegt.

Voorbeelden
Djerma
Nederlands
Haw beri go no. Er is een grote koe.

Vergelijkbaar met het Nederlands, wordt in het Djerma het bijvoeglijk naamwoord verbogen afhankelijk van de vorm. De drie vormen van het bijvoeglijk naamwoord die telkens in de woordenlijsten gegeven worden zijn: predicatieve vorm, de attributieve onbepaald enkelvoud vorm en de attributieve bepaald enkelvoud vorm. Predicatief wil zeggen dat het bijvoeglijk naamwoord als naamwoordelijk deel van het gezegde voorkomt. In de attributieve vorm wordt het bijvoeglijk naamwoord gebruikt als bijvoeglijke bepaling (zie de voorbeelden in de tabel hieronder).
De eerste twee vormen (predicatief en attributief onbepaald) zijn vaak identiek.

Voorbeelden
Vorm
Djerma
Nederlands
predicatief Albora ga ku. De man is lang.
attributief onbepaald enkelvoud
Alboro kuku. Een lange man.
attributief bepaald enkelvoud
Alboro kuko. De lange man.


Het telwoord

Als er naast het bijvoeglijk naamwoord ook een telwoord voorkomt (één, vijf), dan wordt in het Djerma dit telwoord na bij bijvoeglijk naamwoord geplaatst.

Voorbeelden
Djerma
Nederlands
Yeji futu hinza go no. Er zijn drie kwaadaardige stieren.

Indien het zelfstandig naamwoord een bijvoeglijk naamwoord heeft, dan wordt in het geval het zelfstandig naamwoord bepaald is (enkelvoud of meervoud) de uitgang gekoppeld aan het bijvoeglijk naamwoord en niet aan het zelfstandig naamwoord. Het zelfstandig naamwoord behoudt zijn onbepaalde vorm.

Indien er ook nog een telwoord is, dan krijgen noch het zelfstandig naamwoord noch het bijvoeglijk naamwoord een uitgang, en behouden beide de onbepaalde vorm.

Voorbeelden
Djerma
Nederlands
bariyo het paard
bari kayna het kleine paard
hanso de hond
hansi bero de grote hond
hansey de honden
hansi berey de grote honden
hansi beri hinka twee grote honden

Merk op dat geen enkel zelfstandig naamwoord meer dan één bijvoeglijk naamwoord en één telwoord kan hebben. Bijvoorbeeld, u kunt in het Djerma niet zeggen "drie grote kwaadaardige stieren". U zou dit moeten herformuleren tot "drie grote stieren die kwaadaardig zijn". Er zijn een zeer beperkt aantal uitzonderingen, deze zullen later behandeld worden.



5.D.3. De onvoltooide vorm van het werkwoord (tegenwoordige tijd).

Zoals eerder is opgemerkt, is het idee van tijd in het Djerma anders dan in het Nederlands of Engels. In het Djerma wordt voor het aanduiden van de tegenwoordige en de toekomende tijd hetzelfde partikel gebruikt (zie 3.D.2). Ook wordt bij sommige vormen van de tegenwoordige tijd een deel van het werkwoord "zijn" gebruikt met het hoofdwerkwoord.

  • Directe tegenwoordige tijd met de werkwoorden "kaa" en "koy"
    Door gebruik te maken van de partikels "go" of "go no", voor de werkwoorden "kaa" en "koy", kan men aangeven dat men op het punt staat te komen of te gaan. De "go no" kan gesplitst worden, waarbij de eerste helft voor het werkwoord komt en de rest er na; hiermee legt u er meer nadruk op.

Voorbeelden
Djerma
Nederlands
Ay go kaa. Ik ben onderweg (Ik kom).
Ay go no kaa. Ik kom (eraan).
Ay go kaa no. Ik kom (eraan).
Ni go koy, wala? Ga je (nu)?

  • Herhaalde actie of gewoonte.
    Gebruik het partikel "ga".

Voorbeelden
Djerma
Nederlands
A ga te hay fo, wala? Doet hij iets?
Boro ga goy da jiney. Een persoon werkt met dingen (gereedschap).
I ga furo fuwo ra. Zij gaan het huis binnen.
Araŋ ga kaa han kulu. Jullie komen elke dag.
Boro ga dira fonda boŋ. Een persoon wandelt op de weg.

  • Progressieve of duurvorm van de tegenwoordige tijd

    • Het Djerma kent, net als het Engels, een duurvorm (present en past continuous). Hierbij gelden in grote lijnen dezelfde regels als het Engels, maar niet helemaal. Dit voert op dit moment te ver. Voorlopig kunt u aanhouden dat als u in het Engels de duurvorm zou gebruiken, u dit ook in het Djerma moet doen.
      Het partikel "go no ga" geeft samen met de werkwoord het idee van met iets bezig te zijn. Dit partikel en het hieronder te bespreken partikel "go ga" laten een actie in uitvoering zien. Deze partikels zijn in het algemeen uitwisselbaar. Bij vertaling naar het Nederlands kan in het algemeen gewoon de onvoltooid tegenwoordige tijd (of verleden tijd) gebruikt worden. Bij vertaling van het Nederlands naar het Djerma moet men dus, net als bij vertaling naar het Engels, goed opletten.

Voorbeelden
Djerma
Nederlands
Ay mo go no ga ni ceci Ook ik zoek jou. (Ook ik ben op zoek naar jou.)
A go no ga hari haŋ. Hij drinkt water. (Hij is water aan het drinken.)
Iri go no ga goy. Wij werken (We zijn aan het werk.)

    • Het partikel "go ga" geeft ook de duurvorm van het werkwoord weer. Het kan soms ook het idee weergeven van een actie die net begonnen is.

Voorbeelden
Djerma
Nederlands
Ay go ga koy habu. Ik ga naar de markt. (Ik ben op weg naar de markt.)
Iri go g' a te. We doen het. (We zijn het aan het doen.)

  • Actie die op het punt staat te beginnen.
    Het idee van "op het punt staan om" iets te gaan doen kan worden uitgedrukt door het partikel "ga ba ga" te gebruiken voorafgaande aan het werkwoord
    .

Voorbeelden
Djerma
Nederlands
Bariyo ga ba ga bu. Het paard gaat zo dood.
Hari ga ba ga kaa. Het gaat zo regenen.
Ŋwaro ga ba ga ban. Het eten is bijna op (beŽindigd).



5.D.4. Samengestelde zelfstandige naamwoorden die afkomst laten zien

Samengestelde zelfstandige naamwoorden worden op verschillende manieren gemaakt.

  1. Door het toevoegen van "nce" aan de eenvoudigste vorm van het betreffende zelfstandig naamwoord dat de naam is van een stam of een land, krijgt men een persoon of personen die lid is/zijn van die stam of bewoner(s) van het land.

    Voorbeelden
    Djerma
    Nederlands
    Hausa de naam van de Hausa stam en van het land waar zij wonen.
    Hausance een Hausa persoon
    Gurma de naam van de Gurma stam en van het land waar zij wonen.
    Gurmance een Gurma persoon
    Yoruba de naam van de Yoruba stam en van het land waar zij wonen.
    Yorubance een Yoruba persoon

    Opmerking:
    Er zijn verschillende uitzonderingen waarvoor geldt dat de naam niet alleen de naam van de stam en het land aangeeft, maar ook van het lid van deze stam of de bewoner van het land. De uitzondering zijn: Zarma, Fulan, Surgu, Larabu, Belle, Inglisi, etc.
    Dat neemt niet weg dat zodra u de uitgang "nce" hoort bij een naam, zelfs als u die niet eerder heeft gehoord, u weet dat het gaat om de lid van een stam of de bewoner van een land.

  2. Door het toevoegen van het woord "boro" aan de naam van een stad of dorp, krijgt u de ingezetene of bewoner van deze stad of dit dorp.

    Voorbeelden
    Djerma
    Nederlands
    Yantala boro een persoon uit Yantala
    Gao boro een persoon uit Gao
    Niamey boro een persoon uit Niamey

  3. Door het toevoegen van de woorden "laabu boro" aan de naam van een stad of dorp, krijgt u de naam van een persoon uit de streek of omliggende dorpen van deze stad of dit dorp. Het gaat dan niet om een persoon uit deze stad of dit dorp zelf.

    Voorbeelden
    Djerma
    Nederlands
    Dosso laabu boro een persoon uit het gebied rondom Dosso

  4. Het toevoegen van het woord "ize" aan de naam van een stad of dorp is vergelijkbaar met het toevoegen van het woord "boro". Het geeft de naam van een bewoner van de plaats.

    Voorbeelden
    Djerma
    Nederlands
    Niamey ize een bewoner van Niamey, een persoon uit Niamey
    Gaya ize een bewoner van Gaya, een persoon uit Gaya

    Opmerking: Gaya wordt door de Djerma's vaak Ganyo genoemd.



5.D.5. Het gebruik van het woord "mo"

Bijwoord

Het Djerma woord "mo" is veelal gebruikt als bijwoord, en betekent "ook". In deze betekenis komt het na het woord of het zinsdeel waarop de aandacht moet worden gevestigd.

Voorbeelden
Djerma
Nederlands
Nga mo ga di Monsieur. Ook hij zal Mijnheer zien.
(D.w.z. dat niet alleen 'hij' maar ook iemand anders -die eerder genoemd is- zal 'mijnheer' zien.)
A ga di ay mo. Hij zal ook mij zien.
(D.w.z. dat 'hij' niet alleen 'mij' zal zien, maar ook iemand anders).

Voegwoord

Het woord "mo" wordt in het Djerma ook gebruikt als voegwoord om zinsdelen met elkaar te verbinden, net als het woord "en" in het Nederlands. Echter, het is een achtergeplaatst voegwoord - dat wil zeggen het woord "mo" staat nooit aan het begin van het tweede zinsdeel. Het komt altijd na een bepaald deel of aan het einde van het tweede zinsdeel. Het kan na het onderwerp, de persoonsvorm of dus aan het eind van het tweede zinsdeel komen.

Het woord "mo" wordt ook gebruikt als het zelfstandig naamwoord al een bijvoeglijk naamwoord heeft en men wil het nog verder duiden.

Voorbeelden
Djerma
Nederlands
Ay maa musu beri jinde; ay mo zuru. Ik hoorde leeuwenstem (gebrul) en ik rende.
A na ni kar, ni hen mo. Hij sloeg jou en je huilde.
A kaa kwaara, a furo iri fuwa ra mo. Hij kwam naar de stad en ging ons huis binnen.
Iri fuwo ga beri; a ga bori mo. Ons huis is groot en mooi.

 


Laatst herzien: zondag 11 maart 2012